NIEUWS & VERDIEPING

Digitaal onderwijs op een praktijkschool in Utrecht: Het Pouwer College

Interview met Boris Bosch: Docent Gym en ICT, en mentor


We hebben 60 Chromebooks uitgedeeld, in bruikleen. Mijn school doet daar niet moeilijk over: het kan gewoon niet anders.

Sinds de lockdown is er discussie over de gevolgen voor jongeren en onderwijs.

Er is sprake van vergrote kansenongelijkheid, hoger risico op huiselijk geweld, er zijn problemen om goed onderwijs te blijven aanbieden en met het toetsen van kennis. Meer algemeen: er zijn problemen om contact te krijgen en te onderhouden met jongeren. Dit is relevant omdat positieve voorbeeldfiguren op zoek moeten naar andere manieren om kinderen te bereiken.

In Ruwe Diamanten is te zien welke voorbeeldfiguren de ontwikkeling van jongens beïnvloeden. En hoewel de film zich afspeelt vóór de lockdown – blijft deze vraag ook in corona-tijd van fundamenteel belang. In het onderwijs, het jongerenwerk en op sportclubs kunnen de goede mensen nu namelijk nóg minder goed compenseren voor onwenselijke invloeden.

Omdat voorlopig alle geplande vertoningen van Ruwe Diamanten zijn uitgesteld, is besloten om wat tijd te steken in het optekenen van persoonlijke verhalen door middel van telefonische interviews. Vorige week las u het verhaal van Emre, de thuis zittende scholier. Hieronder deel twee: Docent Boris Bosch.

Boris (32) geeft gym en ICT aan het Pouwer College: een praktijkschool in Utrecht Overvecht. Samen met zijn vriendin woont hij ook in Utrecht. Hij komt uit een echt onderwijsgezin en zit sinds 6 jaar zelf ook in het vak. De ICT-kennis van Boris is momenteel een grote troef, omdat zo het onderwijs op afstand goed kan worden aangeboden. Naast het lesgeven begeleidt hij een klas als mentor.

Ik interviewde hem omdat ik deze school bij het vooronderzoek voor Ruwe Diamanten heb leren kennen, en men zich daar met een erg bevlogen team inzet voor leerlingen die vaak extra aandacht nodig hebben. Deze leerlingen komen vaak uit gezinnen waar meer problemen spelen dan gemiddeld. En in de straatcultuur in Utrecht Overvecht heersen op zijn zachts gezegd andere normen en waarden dan op school. Juist daarom wilde ik meer weten over het contact en de interactie tussen docenten en leerlingen tijdens de corona-crisis; dus vanuit huis.

Geef je nog les?

Nee eigenlijk niet. Er zijn wat opdrachten, maar ik ben vooral bezig met de technische ondersteuning, zoals het helpen met inloggen en zorgen dat leerlingen thuis een laptop krijgen. Verder begeleid ik docenten bij het online lesgeven. Het mooie is dat iedereen erg zijn best doet, ook degenen die hiervoor niet niet erg actief waren met digitaal onderwijs. Zij willen dit nu graag bijleren, en schromen niet om mijn hulp te vragen.

Hoe is het contact met je leerlingen?

Ik heb veel appcontact met leerlingen en zelfs met sommige ouders. Toch heb ik geen goed zicht op iedere leerling. Bij twee leerlingen (uit een klas van 17) heb ik echt mijn best moeten doen om ze te betrekken. De telefoon namen ze niet op, dus kregen ze een brief.

En hoe is dat dan afgelopen?

Ik weet niet precies waarom ze zo onbereikbaar zijn. Sommige ouders zien mogelijk het belang van school wat minder in. En dan wordt het onderwijs wat vrijer voor sommige leerlingen. De ouderbetrokkenheid is niet altijd even hoog. Dan is contact lastig en worden opdrachten niet altijd goed gedaan.

Ergens snap die onbereikbare leerlingen wel. Ik studeer nu zelf online, en ook ik vind het lastiger om opdrachten te doen. En dat terwijl ik gemotiveerd en HBO-geschoold ben. Toch verwacht ik van mijn leerlingen om hetzelfde te doen, terwijl ze daarvoor echt wel tijd en aandacht moeten vrijmaken.

Hoe komt het dat sommige leerlingen nu minder gemotiveerd zijn?

School is vooral ook leuk omdat ze elkaar en de leraren zien. We zijn een praktijkschool. Ze leren vooral door te doen, met hun handen, en minder door te lezen en te luisteren.

Wat ook meespeelt is dat mijn leerlingen vaak uit grote gezinnen komen. Ze hebben veel broertjes en zusjes thuis en geen eigen kamer of plek thuis om rustig te werken.

Een kleine zijstap: Destijds hoorde ik in Overvecht weleens zorgwekkende verhalen over leerlingen die na school naar Turkse internaten gaan, en op school flinke gedragsveranderingen laten zien. Gaan daar ook leerlingen van jullie heen en is dat inderdaad zorgelijk?

Ik heb zelf momenteel geen leerlingen die daar naartoe gaan. Maar ik heb ook wel verhalen gehoord daar over, van leerlingen. Je weet alleen nooit of ze waar zijn. En je komt er ook niet binnen als school. We hebben wel pogingen gedaan, maar dat is een beetje een schimmige wereld. Ik weet eigenlijk niet of die nu actief zijn.

Hoe heeft de school ervoor gezorgd dat alle leerlingen toegang hebben tot digitaal leren?

Niet elk kind kan thuis gebruik maken van een laptop. Daarom hebben we 60 Chromebooks uitgedeeld. Mijn school doet daar niet moeilijk over, het kan gewoon niet anders. Het zijn bruiklenen en we stellen er wel een contract voor op.

Als ik weer echt les ga geven zou die mute functie trouwens ook wel lekker zijn, af en toe.

Hoe geven je / geven jullie het digitale onderwijs vorm?

Persoonlijk ben ik vooral met mijn rol als mentor bezig. Mijn collega geeft vooral theorie vakken; Nederlands en rekenen. Ik geef 2 keer per week een mentor-uur in Google hangouts, met 18 à 19 personen, waarvan 2 docenten.

Krijgen sommige leerlingen nu meer of minder aandacht?

Vanuit school krijgen de leerlingen sowieso minder aandacht, dat is moeilijk te voorkomen. Om een les ook digitaal ordelijk te laten verlopen zet je je leerlingen op mute, en ga je ze 1 voor 1 langs in een chatgroep. Dan ‘unmute’ je ze dus om de beurt. Sommige leerlingen komen meer naar voren dan voorheen, dat is wel leuk om te zien. Zij voelen zich waarschijnlijk wat veiliger nu de brutale leerlingen er niet overheen kunnen schreeuwen. Als ik weer echt les ga geven zou die mute-functie trouwens ook wel lekker zijn, af en toe.

Mijn collega geeft les aan groepjes van 4 leerlingen, 1 uurtje per dag, en dan de volgende vier. Op het Pouwer College hadden we gelukkig al wat ervaring met digitaal lesgeven voordat de coronacrisis begon. Een deel van de collega’s gebruikte Google Classrooms bijvoorbeeld al voor opdrachten. Niet als substituut voor contacturen, maar als manier om het huiswerk te doen en te controleren. Dat deed ongeveer een derde van de collega’s. Die al aanwezige kennis komt wel goed van pas, want nu doen we het vrijwel allemaal.

Wat voor verschillende vormen digitaal onderwijs geven jullie dan precies?

Simpel gezegd: Je hebt videobellen met interactie, dat lijkt het meeste op lesgeven.

Daarnaast heb je Google classrooms. Hierin zet je als docent opdrachten klaar, bijvoorbeeld een praktijkles ‘bak een pannenkoek’. Dan vraag je de leerlingen om er een foto van te maken en te uploaden. Er komt dan geen interactie bij kijken tussen de docent en de leerling.

Een leerling wiens microfoon uit stond zag ik duidelijk ruzie maken. Later vraag ik er dan wel naar, via Whatsapp.

Hoe gaat het videobellen met je leerlingen?

In het begin ging het heel goed. Er was er niet veel geklier, toch ging het op een gegeven moment steeds meer op de klas lijken van voor de lockdown. Dus degenen die voor de coronacrisis de meeste babbels hadden, hebben online ook weer de meeste babbels.

Wat me aangenaam trof is dat sommige leerlingen wat eerder online komen. Daar heb ik dan weer leuke gesprekken mee die ik anders niet of minder zou hebben.

Ik heb weleens een leerling die me in de maling probeert te nemen – hij had laatst zijn computerscherm zo neer neergezet dat hij pal daar achter het scherm had staan waarop hij playstation speelde. Zo leek het net of hij in de webcam keek – maar ik had hem door omdat hij toch iets te hoog keek, en het veranderende licht op zijn gezicht viel ook op. Ik heb hem dus mooi betrapt. Dan is hij wel weer sportief: “Oh shit meester, je hebt me gepakt! Ik zet hem uit.”

Zijn er ook positieve aspecten aan de huidige situatie?

Ja, ik krijg in sommige gevallen wel wat meer inzicht in de thuissituatie van de leerlingen. Dat is iets wat vaak verborgen blijft voor de school. Een leerling wiens microfoon uit stond zag ik bijvoorbeeld duidelijk ruzie maken. Later vraag ik er dan wel naar, via Whatsapp. Dan vraag ik discreet: ‘hoe is het thuis verder?’ Dat is toch iets dat je in gewone lessen moeilijker meekrijgt.

Ik whatsapp dus wel met mijn leerlingen, met mijn privé-telefoon. Maar daar maken we duidelijke afspraken over: Niet voor 8.00 in de morgen en niet na 19.00 ’s avond. Daarvoor of daarna reageer ik ook gewoon niet.

We gaan normaal altijd in het begin van het schooljaar bij alle leerlingen op huisbezoek. Dat was wel al gebruikelijk bij het Pouwer College, om een beetje een indruk te krijgen van de situatie en om de ouderbetrokkenheid te vergroten. Ik weet nog niet of we dat in het nieuwe schooljaar nog kunnen doen. Hoe dan ook verheug ik me er op in juni weer te beginnen.

De rol van leraar als grenzen-steller is voor een deel weg gevallen.

Wat valt er tegen en wat is er positief aan het afstands-onderwijs?

Met digitaal lesgeven is er minder humor. Toch heb ik nog steeds leuke gesprekken. Mijn leerlingen zijn oprecht geïnteresseerd hoe het met mij gaat en ze krijgen eerlijk antwoord. Ik vertel bijvoorbeeld dat ik de leerlingen en mijn collega’s erg mis. Het werkt niet om als docent enkel opdrachten en huiswerk te geven.

Ik geloof dat je leerlingen moet verleiden om te leren. Als docent ben je daar een sleutel in. Hun eigenbelang zien de leerlingen nog niet echt in. Zoals elke leerlingen zich wel eens bij wiskunde heeft afgevraagd: ‘Waarom moet ik dit leren?’ Nou, als zij een docent aardig vinden doen ze hun opdrachten voor hun docent.

Vaak wil een jonge docent graag aardig gevonden worden door zijn klas. Dat hoeft voor mij absoluut niet, maar voor wie wil een leerling z’n best doen? Iemand die je met respect behandelt, of iemand die zich boven je plaatst? Door ze te zien, te respecteren en te laten voelen dat iets niet erg is als het niet in een keer lukt. Die veiligheid moet je bieden als docent. Er moet een band zijn. Is die er niet, dan doen ze niks.

Die band is een constante zoektocht. Ik wil wel vrienden zijn, maar dan wel op een professionele manier. Daarna kan ik pas echt kijken hoe mijn acties effect hebben op de groep.

Ik vind dat iedere docent zelf moet bepalen waar hij of zij zich plaatst op het grensgebied tussen vriendjes zijn en een goede band hebben. Persoonlijk ben op dat gebied heel terughoudend. Ik zet bewust niks op instagram bijvoorbeeld. Ik heb het wel, maar ze kunnen mij niet vinden.

Het werkt averechts als je teveel over nadenkt over je opstelling naar je leerlingen. Leerlingen hebben het wel door als je er te bewust mee bezig bent en je toneelstuk staat op te voeren. Je moet juist echt blijven. Blijheid, chagrijn, die emoties kun je gewoon tonen. Wat van belang is, is zo helder mogelijk zijn en grenzen duidelijk aangeven. En als een grens overschreden wordt, moet je er altijd over in gesprek gaan. Bij mij werkt dat goed.


En wat zijn nu je uitdagingen, nu traditionele didactiek niet goed mogelijk is?

De rol van leraar als grenzen-steller is voor een deel weggevallen. Veel leerlingen slapen nu enorm lang uit. Half 5 ’s nachts naar bed en om half 3 ’s middags wakker worden zijn geen uitzonderingen. Maar hierdoor missen ze soms wel de online les om 11 uur ’s ochtends.

Ik denk dat het komt door gamen, series kijken, op telefoon zitten, contact hebben via social media. Die stroom van prikkels en informatie blijft aanstaan. Als ouders daar ook geen controle op uitoefenen is het logisch dat ze dat blijven doen. Van 5 leerlingen weet ik zeker dat ze dat erg veel doen.

Hoe grijp je dan in?

In zulke gevallen zoeken we contact met ouders. We gaan ook het gesprek aan met de leerling. Gelukkig werkt het meestal wel om ze een tijdje zo achter de broek te zitten, vooral als je de ouders mee hebt.

Hoe ervaren de leerlingen deze periode zelf?

Leerlingen zelf hebben niet veel met corona. Ze missen school wel heel erg. En ze missen natuurlijk ook hun sportvereniging. Veel leerlingen hebben het nu ook nog extra zwaar vanwege de ramadan. Maar ze gaan over het algemeen wel gewoon naar buiten, chillen met vrienden.

En jongerenwerkers dan? Denk je dat die nog meer dan anders een sociaal vangnet vormen?

Ik denk dat het jongerenwerk ook een stuk minder kan doen nu. De jongens gamen veel. Dat doen ze vaak ook online, dus er is dan wel een soort sociaal contact. Maar ook voor jongerenwerkers is het volgens mij moeilijker om de jongens te bereiken.

Over enkele weken gaan de deuren weer open. Wat dan?

We gaan eerst met iedere leerling een individueel gesprek aan. Het zijn toch best wat regels en het is natuurlijk belangrijk dat ze die goed begrijpen. Maar we zullen ook praten over hoe ze de afgelopen periode hebben ervaren, en wat ze voor de komende tijd – nog zo’n 6 weken – willen leren. We zijn toch een praktijkschool en de beste manier voor onze leerlingen om te leren is dan ook door te doen.

 

MELD JE AAN VOOR DE NIEUWSBRIEF

Ontvang periodiek een nieuwsbrief met het laatste nieuws rondom vertoningen en actualiteiten.

  

VOLG RUWE DIAMANTEN

Op de hoogte blijven van Ruwe Diamanten?

Volg ons op een van deze kanalen.

  • White LinkedIn Icon
  • White Facebook Icon
  • White Twitter Icon
CONTACT

E-mail voor filmvertoningen naar:

info@redwiremedia.nl

 

© Redwire Media 2020

Artwork hoofdfoto door Karski & Beyond @karskiandbeyond