NIEUWS & VERDIEPING

Jongerenwerker Maarten in corona-tijd: “Minder band opbouwen, meer regels handhaven”

De lockdown roept vanzelfsprekend vragen op over de gevolgen ervan voor jongeren en voor het onderwijs.

Er is sprake van vergrote kansenongelijkheid, hoger risico op huiselijk geweld. Er zijn problemen om goed onderwijs te blijven aanbieden en met het toetsen van kennis. Meer algemeen: het is moeilijker om contact te krijgen en te onderhouden met jongeren. Positieve voorbeeldfiguren zullen op zoek moeten naar andere manier om kinderen te bereiken. In het onderwijs, het jongerenwerk en op sportclubs.

In documentaire Ruwe Diamanten is te zien welke voorbeeldfiguren de ontwikkeling van jongens beïnvloeden. En hoewel de film zich afspeelt vóór de lockdown – blijft deze vraag ook in corona-tijd van fundamenteel belang.

Omdat voorlopig alle geplande vertoningen van Ruwe Diamanten zijn uitgesteld, is besloten om wat tijd te steken in het optekenen van persoonlijke verhalen door middel van telefonische interviews. Eerder las u de verhalen van Emre, de thuis zittende scholier, en dat van docent Boris Bosch, die vertelde over het contact met leerlingen en digitaal onderwijs.

Deze week Maarten Buurman: Een bevlogen en ervaren jongerenwerker. Ik leerde kennen via jongerenwerk-organisatie BuurtWerk. We hebben het over jongerenwerk op straat en online, en over opvallende verschillen tussen jeugdculturen.

Eerst even de basics: wat is je thuissituatie, leeftijd, werkgever, etc.?

Ik ben 41 jaar, en sinds kort - op 17 maart - hier in Zoetermeer begonnen als jongerenwerker, voor Buurtwerk. Dat bevalt erg goed, hoewel het nog vrij nieuw is. Daarvoor heb ik wel een track record opgebouwd van zo’n 15 jaar in Leiden. Thuis heb ik regelmatig een zoon van 10, die ik dan ophaal bij mijn ex, zijn moeder. We hebben ook een dochter van 15, maar die vind het fijn bij haar moeder in Leiden – waar ze ook al haar vrienden en school nog heeft.

Ze moeten fouten maken, daar ga ik ze niet voor behoeden. Maar ik wil ze behoeden voor de grote fouten.

Hoe was je zelf vroeger?

Eigenlijk ben ik zelf een vrij ingewikkelde puber geweest. Rebels en opstandig. Compleet met hanenkam, een beetje tussen de gabberscene en punkfeesten in. Ik heb ook veel op straat gehangen, maar toch ben ik op een gegeven moment Social Work gaan studeren.

Met als doel niet om jongeren te beschermen voor alles wat bij het leven hoort, maar het vooral in goede banen te leiden. Ze moeten fouten maken, daar ga ik ze niet voor behoeden. Maar ik wil ze behoeden voor de grote fouten, en ze helpen hun talenten te ontdekken.

Af en toe blowen is niet hetzelfde als verslaafd zijn. Maar als ze het aanzienlijk vaker doen: wat ligt er dan achter? Dan vraag ik ze waarom. Dan zeggen ze meestal dat het is om te kunnen ontspannen. Het duurt vaak een tijdje voordat je dat soort gesprekken op gang krijgt.


En hoe werkt dat in deze situatie; dat soort gesprekken op gang krijgen?

Jongerenwerkers worden nu wel echt meer gezien als handhaver. Dat komt echt door corona. Normaal kom ik gewoon een praatje maken. Dat is momenteel niet mogelijk.

Ondanks dat, en het feit dat ik sowieso net begonnen ben in Zoetermeer, denk ik dat ik een goed begin heb gemaakt. Ook al is het een andere start dan ik me had voorgesteld. Met enkele jongeren die zelf om hulp vroegen sowieso. Voor de rest ben ik wel ook veel bezig met groepen aanspreken over de corona-regels, en de mogelijke boetes. Het is nu minder band opbouwen, meer regels handhaven en de jongeren op hun verantwoordelijkheid aanspreken.

"Ik kom echt niet met een wijzend vingertje aan – maar ik waarschuw ze wel"

Moest dat van je werk, of vind je dat zelf extra belangrijk nu?

In het begin werden we gevraagd om vooral heel actief jongeren aan te spreken op de RIVM maatregelen die op dat moment van toepassing zijn.

Als je een groep tegenkomt van 3 en je maakt even een praatje – Dan denkt de hele buurt alweer; waar slaat dit op, een groep van 4? Dat is niet goed voor de beeldvorming. Logisch ook, maar het is wel nadelig. Toch kan het aanspreken van een groep ook gunstig zijn, bijvoorbeeld als je ze kunt behoeden voor een boete.

Diverse jongerengroepen vinden het goed dat we naar ze toekomen, en dat we ze attenderen op de 1,5 meter samenleving. Ik kom echt niet met een wijzend vingertje aan – maar ik waarschuw ze wel. ‘Maar straks kan er een boa of politie komen, en dan kun je een boete krijgen.’ Dit is nu twee keer met verschillend resultaat afgelopen: De ene keer bedankte de groep me, de andere keer kwam er kort na mij politie en toen verdachten ze mij ervan dat ik die gestuurd had.

Heb je een idee waarom ze jou de schuld gaven?

Dat is echt een straatcultuur ding, dat ze denken dat iedereen van buiten de groep tegen ze is. Ik vind de straatcultuur op zich best logisch. Zoals ik zei; ik zat ook in allerlei subculturen. Maar het is nu alleen een wat harde macho straatcultuur. Vroeger had je gabbers, punkers, hardrockers, r&b. Je ging wel met elkaar om, maar er waren meer verschillen.

Herkenbaar. In mijn eigen middelbare schooltijd had je vooral skaters, (Lonsdale)gabbers en bontkraagjes. Allemaal met hun eigen bijbehorende muziek.

Ik herinner me ook nog een interessante groep, zo’n zes a zeven jaar geleden, die kun je wel scharen onder de noemer ‘bontkraagjes’, maar die luisterden traditionele Marokkaanse muziek. Terwijl ze zichzelf wel echt gangster vonden. Het is een imago dat ze naar buiten willen brengen. Toch, als je goed contact weet te leggen kunnen ze ook een zachte kant laten zien. Dat duurt alleen jaren. Alle jongeren hebben zachte en harde kanten, ik vind het belangrijk dat ze beide kanten van deze identiteit ontdekken en ontwikkelen.

En hoe leg je dat contact met zulke groepen?

Sommige jongeren vragen zelf hulp. Maar bij dit soort groepen moet je er gewoon op af. In Leiden had ik na 15 jaar echt goede connecties met veel jongeren. Dan ken je ook de oudere broers en andere familieleden. Dan ervaren ze een gesprek niet meer als inbreuk in hun leven - want je bent al een onderdeel van hun leven. Dat moet ik dus wel opnieuw opbouwen.

Het liefst heb ik individuele gesprekken. In groepen is er altijd het probleem dat de woordvoerders naar voren komen. Dat zijn dan de leiders, waar niet altijd iets mee mis is zoals bij andere groepsleden. Soms maken die leiders juist heel bewust de keuze om slechte dingen te doen – of ze krijgen het van huis uit al mee. De Ruwe Diamanten, om in jouw termen te spreken – dat zijn niet perse de leiders van de groep. Die zijn vaak al geslepen, en niet op de goede manier. Er is meer winst te behalen met de volgers. Soms zeg ik dan wel, ik heb jou nu al een paar keer gehoord, en nu wil ik die jongen achter jou ook wel horen.


"Het is ook goed als de leiders van een groep beseffen dat hun mening niet de enige mening is telt-, of die door de hele groep gedragen wordt."

Ik loop – als ik een band heb opgebouwd - met verschillende jongeren ook 1 op 1 een rondje. In zo’n groepsverband of via de app kun je niet dieper in gaan op wat er dwars zit. Dat is wel de waarde van echte gesprekken; ‘Je zegt dit nu wel, maar wat bedoel je daar nu eigenlijk mee?’ Doorvragen, nuanceren en spiegelen. Die stille kant aan de oppervlakte krijgen: dat kan helpen bij de oplossing van het totaalprobleem.

En wat zijn nou kenmerken van die verschillende subculturen op straat? – hoe ingewikkeld die ook te definiëren zijn.

Ik zie de mainstream straatcultuur wel meer als een echte macho-cultuur, groter lijken dan je bent, je opblazen. Niet kunnen weglopen van een conflict omdat je dan een loser bent.

Met bijvoorbeeld de skatende jongeren is het wel anders.

Maar dat is dan toch ook een straatcultuur?

Ja klopt, maar het is een andere groepsdynamiek, en er heersen andere normen en waarden, ik denk dat ze makkelijker te activeren zijn en beter te bereiken. Ik heb ook een whatsappgroep met skatebaan jongeren, daar zit de wijkagent ook in. Dat zeg ik dan wel van tevoren, en het is hun eigen keuze of ze in die appgroep willen. We zijn nu samen bezig om de skatebaan in te richten voor 1,5 meter – en dat lijkt aardig te lukken.

De jongens die meer met skaten bezig zijn, zijn wat zelfregulerender. Spreken elkaar ook meer aan.

Via Social Media worden de netwerken en jeugdcultuur ook gevormd, los van muziek. Die netwerken zijn enorm: ze weten van talloze mensen wie wie is en waar hij/zij dan op school zit – terwijl ze die vooral via instagram kennen. Ze hebben een uitstekend begrip van het netwerk en de onderlinge relaties, veel meer dan vroeger. Dat hadden wij vroeger niet. Dat is ook wel weer mooi aan huidige tijd.

Wat wel boeiend is; er zijn hier ook wel wat jonge jongens die wel echt van de straat zijn, rond de 13-16 – en die toch aansluiting zoeken bij de skate-cultuur.

En wat doe jij / doen jullie online? En zijn de buurthuizen nu dicht?


Ja de buurthuizen zijn sowieso allemaal dichtgegaan vanwege corona; en iedereen zet vol in op online jongerenwerk. BVJong en 1sociaaldomein zijn met online sessies begonnen voor jongerenwerkers; voor uitleg daarover en hoe de beroepsgroep in deze tijd gestalte krijgt. Ik heb op dit moment alleen geen aparte uren voor online jongerenwerk. Je kent Jeroen van den Broek vast wel, van JOZ (Jongerenwerk op Zuid). Die zei een keer dat hij collega’s heeft die ongeveer de helft van hun tijd online actief zijn.

Ik vind het ook heel belangrijk, maar dat zou voor mij wel een erg grote investering zijn, want online hoort wel bij de taakomschrijving – en terecht – maar het zou wel ten koste gaan van direct, echt contact, en daar ben ik persoonlijk toch meer van.


"Ze mogen van mij wel weten waar ik rondhang als ik werk."

Maar wat doe je dan met Social Media / online in het algemeen?

We hebben een algemeen Instagram account van ons jongerenwerk daar leggen we contacten, onderhouden daar online relaties met jongeren en te netwerk. Dit is bewust voor alle jongerenwerkers, en we zitten individueel niet ook als jongerenwerker op instagram. Ik heb zelf m’n snapchat aangezet. Dan kunnen ze me in elk geval persoonlijk bereiken als ze dat willen. Bij snapchat heb je ook locatie-voorziening, dat vind ik wel leuk – ze mogen van mij wel weten waar ik rondhang als ik werk. Als ze weten dat ik in de buurt ben, mogen ze mij altijd even opzoeken.

Het is wel belangrijk dat jongerenwerkers zich goed bewust zijn van de negatieve kanten van online. En dat ze beter en sneller leren signaleren. Als je berichten ziet van een jongere die via instagram aan andere jongeren aanbiedt om snel geld te verdienen, bijvoorbeeld. Online lachgaswinkels; dat wordt onwijs veel aangeboden. Als ik dat online tegenkom, of jongeren met tankjes lachgas zie rondlopen, dan zoek ik wel uit waar het vandaan komt. Dan kun je in een later stadium ook goed geïnformeerd het gesprek aangaan. Dat ben ik dan ook nog wel van plan – via direct messages correcte informatie verschaffen aan jongeren over middelengebruik.

Ik ben me ook een beetje aan het oriënteren op gamen, voor de wat jongere doelgroep. Met name de game Fortnite: online digitale muurtjes bouwen onder andere. En duo potjes spelen: je kunt sommige jongens het beste spreken terwijl ze een beetje bezig zijn. En die gamers kom ik niet zo snel op straat tegen. Dan heb je gewoon een andere vorm van gesprek. Met de jongere categorie is Fortnite leuk. Het is ook geen dom of slecht spel, er zit veel meer achter het gaat om samenwerken, communiceren, strategieën bepalen, elkaar aanmoedigen. Mijn eigen zoon van 10 zit soms 3 uur online en dan praat ‘ie eigenlijk vooral met z’n vrienden. Ze spelen wel een spel ondertussen. Maar ze geven elkaar ook onderling feedback.

In Zoetermeer is er wel voor gekozen om op de buurthuizen te stoppen met passieve inloop activiteiten zoals playstationen en dergelijken.

Geen Call of Duty of GTA?

GTA ga ik sowieso niet spelen met jongeren ook als het een veel gespeelde game.

Ik sprak onlangs nog een zorg-professional die met de oudere categorie probleemjongeren werkt, en die vertelde dat 99% van de top-600 jongeren GTA speelt of heeft gespeeld. Ik kan het natuurlijk niet hard maken, maar ik zie veel gedrag op straat dat ik durf te koppelen aan games als GTA5. Hoe ze omgaan met de straat en met hun vrienden, de winkelovervallen, enzovoort.

Maar los van gamen en GTA5; in Zoetermeer is er wel voor gekozen om op de buurthuizen te stoppen met passieve inloop activiteiten zoals playstationen en dergelijke. De jongeren centra heten hier ook ‘jongeren productie huizen’. Dus niet meer gaan zitten en vervolgens niks doen en de jongerenwerker als oppas zien. Er moet meer interactie zijn en eigen initiatief. Ook begeleiding en zorg hoort bij deze aanpak.

Ik herinner me een situatie van zo’n acht jaar geleden; Er was toen een tendens in een jongerencentrum waar ik actief was waarin veel jongeren zelf jongerenwerker wilden worden. Er waren bijna geen andere positieve rolmodellen, en weinig perspectieven op werk en een toekomst. Het enige wat ze zagen: jij bent jongerenwerker en jij wordt betaald. Dus dat kan! Sommige van hen kom ik nu tegen als professional in het brede domein zorg en welzijn. Dat zou ik de echte ruwe diamanten noemen. Maar ik zie mezelf niet als de slijper hoor: dat is de maatschappij denk ik. Maar ik was wel de man met veel geduld, wat deze jongens zeker nodig hebben.

Productie van de film: Worldvisuals Film i.s.m. Co-producent: Redwire Media

Redwire Media haalde meer dan 75% van het filmbudget op en deed het overgrote deel van de productie

© Redwire Media 2020

Artwork hoofdfoto door Karski & Beyond @karskiandbeyond